Up

31.1 Uit de as herrezen

De representativiteit en receptie van Pompeii en Herculaneum
Jaargang 31, nummer 1, januari 2016.

 

 

 

In 79 na Christus barstte de vulkaan Vesuvius uit en enorme asregens en gasstromen daalden neer op de omgeving van de Golf van Napels. De inwoners van Pompeii en Herculaneum, twee steden aan de voet van de vulkaan, werden overdonderd door dit plotselinge natuurgeweld en het lukte lang niet iedereen om aan de pyroclastische golven en asregens te ontkomen. In één klap waren de eens zo levendige steden in de aarde verdwenen. Maar ze zijn nooit echt gestorven.

 

Dat de steden niet werden vergeten, blijkt onder andere uit het schatgraven waaraan ze in de loop der tijd ten prooi vielen. In de achttiende eeuw werd begonnen met de eerste echte opgravingen en in de eeuw daarna trad er verdere professionalisering in. Eindelijk konden archeologen en historici een kijkje nemen in een ‘typisch’ Romeinse stad. Het antwoord op hoe de gewone Romein leefde leek ineens voor het oprapen te liggen. In al hun enthousiasme sloegen ze aan het reconstrueren – en improviseren – hoe de Romeinse steden er ‘bij leven’ hadden uitgezien. Om dit te bereiken werd er echter niet zeer gestructureerd en voorzichtig met het gevonden materiaal omgegaan. Bovendien trokken de steden behalve aandacht van archeologen, ook steeds meer aandacht van politici. Bekende figuren waaronder Mussolini probeerden de vondsten te gebruiken voor hun eigen doeleinden, om de rijke historie en prachtige cultuur te laten zien die aan hun eigen volk ten grondslag lagen.

 

Maar waren Pompeii en Herculaneum wel zulke ‘typische’ Romeinse steden? En welke gevolgen hadden de onmethodische opgravingen voor het wetenschappelijk onderzoek? In deze editie van Leidschrift zullen deze vragen centraal staan. Aan de ene kant wordt ingegaan op de vraag in welke mate de twee antieke steden representatief waren voor andere Romeinse steden. Waren het nederzettingen zoals ieder ander, plekken waar de ‘gewone’ Romeinse burger leefde tussen het vuil, de mozaïeken en de fresco’s? Of waren het steden met een bijzondere hoeveelheid economische activiteit en luxe, die een uitvlucht vormden voor de elite uit het drukke, stinkende Rome? Aan de andere kant zal het nummer de opgravingen en receptie van Pompeii en Herculaneum belichten. Hoe gingen archeologen met hun ontdekkingen om? Welk beelden van het verleden riepen de opgegraven ruïnes op bij de moderne mens? En op welke manier maakten politieke leiders daar gebruik van?

 

 

 

 

 

 


ARTIKELEN

  • Kim Beerden, 'Pompeii en Herculaneum. Een introductie'
  • Nathalie de Haan, 'Wonen in Pompei'
  • Miko Flohr, 'Pompeii in perspectief'
  • Virginia L. Campbell, 'Politicians and Priestesses. Networks of Elite Families in Pompeii'
  • Eric M. Moormann, 'De vroegste opgravingen in Pompeii: schatkamer, poppenkast of echte stad?'
  • Frits Naerebout, 'Twee steden, een dictator en een archeoloog. Pompeii en Herculaneum, Mussolini en Maiuri'
  • Luuk de Ligt en Paul Ploeg, Interview: Empire studies. De toekomst van het het onderzoek naar de oude geschiedenis
  • Larissa Schulte Nordholt, 'Nationalist Fervour and Scientific Impartiality in Willem De Vreese's Life and Work'

RECENSIE

  • A.O. Koloski-Ostrow, 'The Archeology of Sanitation in Roman Italy: Toilets, Sewers, and Water Systems' door Jasper Verplanke
'Pompeii en Herculaneum. Een introductie'
File Size:
180.64 kB
Date:
16 december 2016

Inleiding door Kim Beerden

'Pompeii in perspectief'
File Size:
500.78 kB
Date:
23 december 2016

Artikel Miko Flohr

 
 
Powered by Phoca Download